LEKRANSIRA

Julya Lo’ko (Lekranty)

kleurenfoto van de band Lekransira

Julya Lo’ko (Lekranty) heeft nog geen Molukstalig album gemaakt. Laat staan een album met haar familie. Dit verlangen is er altijd al geweest en in 2019/2020 komt haar wens in vervulling. Ze duikt met een klein groepje familieleden de studio in. Alle songs zijn live opgenomen in één take, met zang en muziek tegelijk, om de ‘live feel and energy’ te behouden.

Onbewust is het een ode aan hun papa en opa, Patu Frans Thoranus Lekranty (Nila, 1926), die zijn gezin op liefdevolle en zeer gedreven wijze zowel de TNS-cultuur als de zang en dans heeft doorgegeven. Kom kijken en laat je door de muziek in vervoering brengen.

Over het album

Lang geleden, toen het eiland Nila, een heel klein vulkaaneilandje midden in de Bandazee (7,5 km diep) op Maluku, nog bevolkt was door de oorspronkelijke bewoners, woonden er diverse stammen. Eén daarvan was de clan Lekransira.

Een bijzonder grote groep families en clans woonde bij elkaar. Omdat naast de clan Lekranty ook leden van andere families aan dit project meedoen, is gekozen voor de stamnaam LEKRANSIRA.

Op het album hoor je onder anderen de gitaristen Ruben Croes en Jeffrey Sopacua. Tijdens liveoptredens dansen bij de Seka-dans afwisselend leden van andere families mee, onder anderen van de clans Tanate en Leunura.

Het album LEKRANTY is geproduceerd door Victor Lekranty en Gino-Cochise. Naast traditionele lagu-lagu (volksliederen) uit de Molukken hoor je ook songs die zijn doorgegeven door de stamvader in Nederland, Patu Thoranus Lekranty. Deze zijn in de traditionele oertaal en het ritme van de TNS-eilanden (Teon, Nila en Serua). Daarnaast bevat het album een paar zelfgeschreven stukken.

Bij de muziek is altijd uitgegaan van de oorsprong van de Molukse traditionals. De ene keer improviseren de muzikanten op het thema, waardoor een fusie ontstaat van etnische ritmes en een westerse soulfeel. De andere keer heeft zangeres Julya Lo’ko een helder idee over de uitwerking van een song. Julya interpreteert de melodie altijd op haar eigen manier, geïnspireerd door de Spaanse flamenco, de Indonesische kroncong en de Indiase hindimuziek, zonder de essentie van het oorspronkelijke Molukse gevoel en karakter van de song te verliezen.

De warme, harmonieuze samenzang van Julya, Maria, Regina, Sequoyah en Victor wordt gekenmerkt door onderlinge verwantschap. Deze zangstijl is heel eigen aan het gezin Lekranty-Lo’ko, dat van huis uit gewend is samen te zingen, onder meer bij het zingen van Molukse gospels.